Dieselloc serie V 200. Een machtig werkpaard op de rails in groot en klein

DB-DIESELLOCS VAN DE SERIE V200

De Dieselloc van de serie V 200 is een machine die tot de verbeelding spreekt: een machtig werkpaard van de DB. In onze regio (Zuidoost Drenthe) is hij op dit moment ook actief en wel bij de Bentheimer Eisenbahn. Als u naar het bedrijvenpark bij Coevorden gaat dan is de loc daar regelmatig aan te treffen voor een lange en zware goederentrein. De nieuwe kleur die hij gekregen heeft maakt hem fotogeniek.

Hierbij een portret van deze bijzondere loc.

OORLOG EN ELLENDE

Na de Tweede Wereldoorlog lag het spoorbedrijf in heel Duitsland nagenoeg plat. Stationsemplacementen en -gebouwen, bruggen, rangeerterreinen, locomotieven en treinen en vooral ook de producerende industrie waren door de geallieerden beschoten en gebombardeerd. Alles in het kader van de gedachte daardoor Duitsland vleugellam te maken, zodat bevoorrading en verplaatsing van legereenheden verhinderd en daarmee de opmars van de geallieerden bespoedigd kon worden.
Dat daardoor ook de burgerbevolking werd getroffen aangezien ook voedsel- en energievoorziening (in met name de grote steden) stagneerde, was alleen maar een prettige bijkomstigheid, want daardoor zou het moreel van het Duitse volk verzwakken.

Goed, in die situatie dus, moest men na de capitulatie zien de boel weer op de rails te krijgen. Om de ergste nood te lenigen werd met man en macht gewerkt om locomotieven, rijtuigen, wagons, spoorverbindingen en andere infrastructuur weer zodanig op te lappen dat voorzichtig weer begonnen kon worden aan de dagelijkse gang van zaken.

Onnodig te zeggen dat hiermee nogal wat tijd en vooral werk gepaard ging. Met man en macht betekent hier dat ook de bezettingsmachten, in de drie westelijke (Brits, Amerikaans en Franse) zones althans, hieraan volop medewerking verleenden. Iets later konden veel zaken gerealiseerd worden doordat kapitaal
vrijkwam om de economie van Europa (niet alleen Duitsland had schade geleden) weer op poten te krijgen.

Voor de meeste mensen zal de term “Marshallplan” wel enigszins bekend in de oren klinken. Dat hierboven de Russische zone niet wordt genoemd, vindt zijn oorzaak in de gedachte achter het Marshallplan: door West-Europa met Amerikaanse hulp weer op poten te krijgen en te herscheppen in een gezond economisch blok, kon verhinderd worden dat de Russische communisten voet aan de grond kregen.
Wat de Russen daartegenover zetten is nooit duidelijk geworden, die hebben hun zone eigenlijk alleen maar uitgeplunderd, maar dat terzijde.

HEROPBOUW

Terug naar de spoorwegen. Toen de boel eindelijk weer een beetje aan de praat was begon men al gauw na te denken over hoe verder te gaan: weliswaar had men voldoende materieel weer opgeknapt en weer aan de rol, maar op langere termijn zou dat niet echt voldoende zijn. Op 7 september 1949 werden de spoorwegen ondergebracht in de Deutsche Bundesbahn. Ook werd het verbod op het bouwen van nieuwe locomotieven opgeheven, en kon men gaan denken aan nieuwe ontwikkelingen.

Eén van die ontwikkelingen was niet zozeer nieuw, maar eerder een voortborduren op onderzoeken en prestaties waarmee men zich voor de oorlog al had beziggehouden: de diesellocomotief. Deze tractievorm kwam des te meer in de belangstelling omdat men zich wel realiseerde dat de stoomlocomotief haar gloriejaren wel zo’n beetje achter de rug had. Dieseltractie zou rendabeler zijn, ook doordat het prijsverschil tussen dieselolie en steenkool vrijwel was genivelleerd. Als je daarnaast nog bedenkt hoeveel mankracht bediening en onderhoud van de stoomlocomotief kost hoef je geen genie te zijn om te kunnen bedenken dat de dieseltractie een wel heel aantrekkelijk alternatief vormde.

Nu was het bouwen van grote verbrandingsmotoren op zich niet zo’n probleem, vrachtwagen en scheepsmotoren waren al genoegzaam bekend, en ook op het spoor had men al ervaringen: beroemd waren bijvoorbeeld treinstellen als “Der Fliegende Hamburger”, en met het bouwen van de diesellocomotieven voor de Wehrmacht, de WR360C (V36) waren de nodige stappen al gezet. Maar om de kracht van zo’n motor over te brengen op de wielen van een grote, snelle locomotief was een heel ander verhaal.

Kortom, niet de motor was het probleem, maar de overbrenging. Door de ontwikkelingen op het gebied van de hydraulische overbrenging kwam de diesellocomotief als volwaardige tractie meer en meer binnen het bereik.

GROTER EN STERKER

De V200, zo zou je haast kunnen zeggen, is een dubbele V100: een soortgelijke techniek maar dan met een dubbele motor. Voordat men overging tot seriebouw werd eerst, parallel aan 10 stuks V80, een aantal “Vorauslokomotiven” gebouwd, een vijftal locs die eerst van haver tot gort werden beproefd en uitgeprobeerd, zodat men eventueel nog zaken aan kon passen vooraleer over te gaan tot het bouwen van grotere series.

Dit waren dan de locs V200 001 tot en met V200 005, welke werden gebouwd door Krauss-Maffei in de loop van 1953/1954.
Daarna werden de locomotieven V200 006 – 086 gebouwd, 20 stuks door MAK (V200 006 – 026) en 61 exemplaren (V200 027 – 086) door Krauss-Maffei. Uiterlijk is er weinig verschil tussen de eerste 5 en de serieloks, enkel een geoefend oog zal opmerken dat de lengte over de buffers 6 cm korter is bij de laatste.

Toen de locs eenmaal op de rails stonden en dienst deden, en aldus ook bij het iets grotere publiek bekend werden, gold de vormgeving van de lok, die nog benadrukt werd door de kleurstelling en de sierlijsten, als hèt kenmerk van de moderne tijd in de jaren vijftig, ja, zelfs nu nog valt de lok alleen al daarom bij velen in de smaak.

Toen in 1974 de beige/zeeblauwe huisstijl bij de DB werd ingevoerd, duurde het niet lang voor dat de eerste V200 er aan moest geloven. Echter, en ik ben zeer zeker niet de enige die deze mening is toegedaan, hiermee sloeg men de plank faliekant mis. Door de kleurscheiding in een rechte lijn over de hele lok te laten lopen, verkreeg deze het uiterlijk van “een omgekeerde badkuip”, om het maar even met een citaat uit één of ander blad te zeggen. Dit effect werd (onbedoeld?) bereikt door het verwijderen van de aluminium sierlijst die de rode en zwartgrijze kleurpartijen van elkaar scheidde.

Vooral op de neus, waar deze lijst, als afscheiding tussen het wijnrode en het donkergrijze gedeelte, een prachtige “V” vormde, sprong dit op voor velen onaangename wijze in het oog.

Aanvankelijk werden de locomotieven V200 door de DB ingezet in het hoogwaardige sneltreinverkeer, zoals D- en F-treinen. Het was echter ook de bedoeling dat ze op hoofdlijnen in het goederenverkeer zouden worden ingezet, dus was daarmee in het ontwerp ook rekening gehouden.

Om reizigerstreinen te kunnen verwarmen was in de locs een installatie ingebouwd, zeg maar een oliegestookte boiler. Immers, de meeste rijtuigen waren er nog op ingericht door de stoom uit een stoomlocomotief de nodige warmte te kunnen betrekken. Grappig om te melden is dan ook, dat als je geluk had, dat je dan de diesel bij een waterkolom de watervoorraad kon zien aanvullen via een soort klep aan de zijkant.

In 1984 werden de laatste locs V200 uit dienst genomen. Een behoorlijk aantal werd verkocht aan buitenlandse spoorwegmaatschappijen (bijv. Zwitserland, Italië, Turkije). Ook zijn er enkele exemplaren in diverse musea terecht gekomen. Onderstaande foto’s laten enkele kleurvarianten zien.

Bron: bijna geheel, met toestemming, overgenomen uit “de Wisselkoerier 2-12”, van de MD, Modelspoor Vereniging Drachten.
Auteur: Kanne Zwartkijker.

Literatuur:
Die Baureihe V200, Eisenbahn Journal Special 5/93, H. Merker Verlag GmbH, Fürstenfeldbruck.
Die Baureihe V200, die erste Groβdiesellokomotive der Deutschen Bundesbahn, Matthias Maier, EKVerlag 2005, Freiburg.

Tot slot keren we nog even weer terug naar de Bentheimer Eisenbahn. Van deze loc bestaat ook een prachtig model van de firma Roco.

De V 200 heeft de spoorwegenthousiasten altijd tot de verbeelding gesproken en is ook altijd een heel gewilde loc geweest in groot en model .
Alle modelspoorfabrikanten hebben hem wel in de catalogus gehad.
Kortom: een bijzondere loc.

Hieronder nog een 3-tal foto’s die Bert Zwaneveld van de Bentheimer Eisenbahn heeft gekregen, waarvoor dank.