De ontwikkeling van de spoorwegen in Nederland – deel 1

ontwikkeling deel 1

nieuwsbrief januari 2016


Onder deze titel starten we een serie over de ontwikkelingen van de spoorwegen in Nederland.
Het is een mooie en interessante serie die we u niet willen onthouden.

nieuwsbrief januari 2016

In zowel Duitsland als in België reden 180 jaar geleden de eerste stoomtreinen. Hoe en wanneer was dat in Nederland.

Op 20 september 1839 reed de eerste stoomtrein tussen Amsterdam en Haarlem. We moesten dus tot 2014 wachten voordat ook wij het één en ander konden gaan vieren. In september 2010 is het spoorweg museum in Utrecht met een vooruitblik gestart dat in de daaropvolgende 4 jaar steeds groter van omvang werd.

Maar hoe begon het allemaal. Ja, de meesten weten dan wel dat de eerste spoorlijn van Amsterdam naar Haarlem liep maar dan houdt het ook wel z’n beetje op. Toch is het wel leuk om je wat meer te verdiepen in de geschiedenis. In het boek “ Spoorwegen in Nederland” staat de geschiedenis van de Nederlandse spoorwegen uitvoerig beschreven.

Op een mooie zomerse dag in september 1839 werd met veel feestelijkheden een begin gemaakt met de spoorwegen in Nederland.

In het landschap was een keurige spoordijk aangelegd van duinzand en klei. Hierop waren de bielzen gelegd en ingebed met schelpen. Op de bielzen waren in de lengte richting weer planken gelegd. En hierop waren de rails (brugprofiel) gemonteerd met een spoorafstand van 2 ellen (2000 mm), dus echt breedspoor. Hiervoor was gekozen om een hogere snelheid te kunnen rijden en bredere wagons te gebruiken.

nieuwsbrief januari 2016

nieuwsbrief januari 2016De techniek was geheel gebaseerd op de ervaring en het materiaal uit Engeland. Immers hier werd al vanaf 1825 met treinen gereden.

De oorsprong van de spoorwegen is te vinden in de mijnstreek van Midden Engeland en Wales. Om kolen te vervoeren van de mijnen naar de havens werd gebruik gemaakt van kleine wagentjes op houten wielen die over houten rails liepen. Door de grote slijtage zocht men naar ander materiaal.

Dit werd gevonden in gietijzeren rails en stalen wielen. Omdat de mijnbouw hoofdzakelijk bestond uit dagbouw (dus bovengronds, op heuvels) kon men de beladen wagens zonder trekkracht naar beneden laten rijden. Om de lege wagens weer naar boven te krijgen werden paarden ingezet.

Een volgende stap was het vervangen van de paarden door een lier die werd aangedreven door een vast opgestelde stoommachine boven op de berg. Aangezien dit systeem alleen voor korte trajecten te gebruiken was zocht men verder naar andere mogelijkheden.

In 1804 werd de eerste werkende stoomlocomotief gedemonstreerd. Echter het duurde nog 21 jaar voordat George Stephenson met een goed werkend exemplaar op de rails kwam, de “Locomotion”. En in 1829 kwam de bekende “Rocket” op de baan.

In Duitsland werd in 1835 tussen Neurenberg en Fürth de eerste normaal spoorbaan in gebruik genomen. De in Engeland bij Robert Stephenson gebouwde “Adler” werd in onderdelen via Rotterdam naar Duitsland gebracht.

Onder invloed van de havenbaronnen in Antwerpen werd een plan ontworpen voor een spoorlijn van Antwerpen naar het Ruhrgebied in Duitsland. Op 5 mei 1835 werd de eerste spoorlijn op het vasteland tussen Brussel en Mechelen geopend. In 1840 volgde de lijn naar Antwerpen. Deze werd in normaalspoor (1435 mm) uitgevoerd.

In het op dat moment twee miljoen inwoners tellende Nederland gingen de ontwikkelingen van de spoorwegen een stuk trager. Reden hiervoor was dat er minder noodzaak was omdat we goede verbindingen over water hadden en omdat de overheid niet wilde (mee) financieren. De eerste plannen gingen uit van een verbinding tussen Amsterdam en Keulen. De kosten voor deze lijn werden begroot op 12 miljoen gulden.

nieuwsbrief januari 2016

Een beursemissie liep op een debacle en daardoor liep de uitvoering ernstige vertraging op.

Op initiatief van twee Amsterdamse kooplieden werden plannen gemaakt voor een verbinding tussen Amsterdam en Haarlem met het idee om de lijn later door te trekken naar Rotterdam. Hiervoor werd in 1836 de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (HSM) opgericht.
De bestuurders zagen de noodzaak van de lijn niet in, immers er was een goede trekvaart en een weg tussen Amsterdam en Haarlem. Maar omdat de concessie voor de spoorlijn al in handen was van de initiatiefnemers kon in 1837 worden begonnen met de aanleg. Een gedeelte van de rails kwam uit Nederland, de rest samen met het rollend materiaal, uit Engeland.

nieuwsbrief januari 2016

De bouw van het Centraal Station in Amsterdam 1894
(foto Spoorwegmuseum)

De plaats van het station in Amsterdam gaf nog wel de nodige problemen. De Amsterdammers wilden de trein niet in de stad hebben, zodoende eindigde de spoorlijn tegenover het café in Sloten. Tegenwoordig zo ongeveer tussen station Sloterdijk en de oude werkplaats Zaanstraat.

nieuwsbrief januari 2016

Bij het begin van de exploitatie beschikte men slechts over twee locomotieven “De Snelheid” en “De Arend” met een as indeling 1A1.

Met “De Snelheid” werd proef gereden op het 16 km lange traject. De hoogst gehaalde snelheid tijdens de proeven was 80 km/h. Maar in normale dienst mocht niet harder dan 38 km/h worden gereden.

Eind 1839 kwam er versterking met de locomotieven “De Hoop” en “De Leeuw”. Tijdens de eerste dagen na de opening was de belangstelling zo groot dat er met 24 wagons werd gereden. (Wordt vervolgd)

Deze artikelenreeks hebben we met toestemming overgenomen van de MD Drachten.
Deze serie wordt ook gepubliceerd in onze nieuwsbrieven.