De ontwikkeling van de spoorwegen in Nederland – deel 4

NS deel 4

nieuwsbrief februari 2016 

Een serie over de geschiedenis van de Nederlandse Spoorwegen.

Vierde deel.


 
Zo rond 1870 kwamen de spoorwegen in Nederland wat tot leven. In de voorgaande jaren leek het wel alsof de Hollandsche Spoorweg Maatschappij (HSM) als opvolger van de HIJSM was ingedut en er bij de andere maatschappijen ook weinig gebeurde.

Maar door de ontwikkeling bij de Staats Spoorwegen was ook de HSM ontwaakt. Het breedspoor werd vaarwel gezegd en de verdubbeling van de oude lijn was een feit. Ook kwam de exploitatie van de lijn naar het Nieuwe Diep (Den Helder) bij de HSM terecht. Maar door het graven van het Noordzeekanaal werd de lijn eerst aangelegd tussen Uitgeest en Den Helder.

NS deel 4Pas na de opening van het kanaal tussen IJmuiden en Amsterdam kwam er een draaibrug bij De Hem (Hembrug) die zorgde voor de verbinding tussen Uitgeest en Amsterdam via Zaandam. Deze brug werd geopend in 1907 en gesloopt in 1983.

Meer informatie over De Hem: klik hier.

Ook werden er plannen gemaakt voor de bouw van een nieuw station in Amsterdam op een eiland in het IJ. Maar daarnaast wilde “Hollands Spoor” graag een verbinding met het Oosten van ons land.

Er werd een concessie aangevraagd voor een spoorlijn naar Amersfoort met in Hilversum een aftakking naar Utrecht.

NS deel 4In 1870 kwam er groen licht voor dit plan, echter in plaats van Amersfoort moest Zutphen het eindpunt worden. Wel werd geregeld dat er in Amersfoort mede gebruik kon worden gemaakt van het station van de Nederlandsche Centraal Spoorweg Maatschappij (NCS).

Ook het tracé bij Utrecht gaf de nodige hoofdbrekens. De HSM wilde om de West maar hier waren de andere spoorweg- maatschappijen niet voor zodat de lijn om de Oost werd aangelegd met station Maliebaan (het huidige Spoorwegmuseum) als gevolg.

Om op Utrecht Centraal te komen moest op Lunetten kop worden gemaakt. Dit heeft meerdere jaren geduurd.

NS deel 4Het Centraal Station van Utrecht staat op de plaats waar de NRS, de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij in 1843 het eerste station bouwde. Utrecht kreeg eerst een verbinding met Amsterdam en enkele jaren later ook met Arnhem.

Dit was niet het enige station van Utrecht, want elke spoorwegmaatschappij bouwde een eigen station.

Zo vertrokken de lokale treinen naar Amersfoort, Baarn en Zeist vanuit het Buurtstation en vertrokken vanaf 1870 de treinen naar ’s Hertogenbosch vanaf Utrecht Staatsspoor. Daarnaast was er vanaf 1874 nog het Maliebaanstation van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM).

NS deel 4

Vesting Naarden 1925

De start van de werkzaamheden voor de Oostlijn was moeizaam.

De Genie lag dwars omdat zij wilden dat de spoorlijn dicht langs de forten van de Oosterpoort in Amsterdam en bij Naarden zouden lopen zodat de spoorlijn onder het bereik van het geschut zou blijven.

NS deel 4De onteigening van de benodigde gronden liep grote vertraging op.

Toen deze problemen waren overwonnen werd de spoorlijn in sneltreinvaart aangelegd.

Echter het doortrekken van de nieuwe lijn naar Zutphen was niet voldoende, want men wilde een concurrent worden van de Nederlandsche Rhijn Spoorweg Maatschappij (NRS) die via Zevenaar een goed lopende verbinding had met Duitsland.

De HSM gaf aan geen geld te willen steken in de aanleg van een spoorlijn naar Winterswijk, maar wel de exploitatie te willen doen.

NS deel 4

Boven: IJsselbrug bij Zutphen.
Kijk hier voor meer info.
Onder: Station Winterswijk,
meer info hier.

Door toedoen van twee industriëlen uit de Achterhoek, Duitse belanghebbenden en een subsidie van f 300.000,00 van de staat kon de verbinding in 1878 worden verwezenlijkt.

De spoorlijn werd een groot succes mede doordat de HSM naast de aanwezige NRS emplacementen in het Amsterdamse havengebied overslagplaatsen ging aanleggen. Hierdoor konden goederen uit het Ruhrgebied rechtstreeks in de zeeschepen worden geladen.

Het verkeer nam dermate toe dat de goederentreinen naar de nachtelijke uren moesten worden verbannen.

Bij Borsig in Berlijn werden twee nieuwe locomotieven besteld maar door een slechte gewichts- verdeling werden ze niet op de brug bij Zutphen toegelaten. Zodoende kwamen ze niet op de baan.

Hierna werden enkele exemplaren van een iets ander type besteld en geleverd.

NS deel 4

Boven: Loc 1027 gebouwd tussen 1878 en 1883 door Borsig.
Onder: Sneltreinloc van de HSM (421-460), gebouwd door Werkspoor tussen 1907 en 1913.

NS deel 4

De NRS ondervond schade van de nieuwe verbinding van de HSM met Amsterdam, de NCS had er voordeel bij.

De lijn over de Veluwe werd steeds drukker omdat de reizigers uit het Noorden niet meer via Utrecht naar de Hoofdstad hoefden te reizen.

De aanleg van de Zeeuwse lijn door de rijksoverheid maakte de weg vrij voor een internationale verbinding tussen Engeland, via Vlissingen, naar Duitsland. Hiertoe werd de Noord-Brabantsch-Duitse Spoorweg-Maatschappij (NBDS) in 1869 opgericht.

Na jaren van geld sprokkelen werd in 1873 de lijn Boxtel- Goch geopend en ontstond, via al eerder aangelegde spoorlijnen, een verbinding tussen Zeeland en Duitsland.

Vooral voor de post tussen Engeland en midden Europa was de verbinding belangrijk. In de hoogtij dagen liepen er 5 postrijtuigen mee in de boottrein naar Vlissingen en deze wagens waren bemand door Pruisische postbeambten die tijdens de rit de post sorteerden.

NS deel 4

Station Gennep (foto boven) was het grootste station aan die lijn, genaamd het “Duits Lijntje”.
De eerste steen werd gelegd op 28 juli 1872, het werd gebouwd door de firma Laudy uit Sittard.
Het gebouw bestond uit een hoog middengedeelte met twee vleugels, die beiden uitmondden in een dwarsgebouwtje met zolderverdieping.
Het was wit van kleur, net als de meeste andere NBDS-stations.

Op 15 juli 1872 werd het station, tegelijk met de spoorlijn tot en met Goch, in gebruik genomen.
Later dat jaar, op 1 september, volgde het goederenvervoer.
Op 1 juli 1878 werd het gedeelte Goch-Büderich geopend,
zodat het hele Duits Lijntje van Boxtel tot Wesel klaar was.

Gennep was een belangrijk station: hier stopten vanaf 1881 de internationale posttreinen,
waarmee ook reizigers vervoerd werden, voor het ontbijt.
Op 9 november 1907 werd de trein van keizer Wilhelm II te Gennep tot stoppen geseind:
een telegram vertelde hem dat hij een kleinzoon gekregen had: Louis Ferdinand (1).
Aan het begin van de twintigste eeuw reisden veel pelgrims op weg naar Kevelaer via Gennep.

NS deel 4


 
 
Kruispunt Beugen: Een bijzondere foto. Beneden zien we de NBDS trein thv station Beugen
(kruispunt laag).
Boven zien we de trein van de SS (later NS) op het station Beugen (kruispunt hoog).

Cruciaal was kruispunt Beugen waar de Maaslijn kruiste en de afmeerplek vlakbij de Maasbrug waar de pelgrims over konden stappen op een speciale zijlijn vanaf de brug naar het station.

Ook Duitse pelgrims maakten gebruik van de lijn, op weg naar Boxmeer of Uden.
 

NS deel 4

Het station van Vlissingen met de Buitenhaven, die toen nog veel kleiner was dan nu, gefotografeerd in juni 1924.

Aan de overkant van de straat met de elektrische tram naar de Vlissingse binnenstad en naar Middelburg ligt Hotel Zeeland tegenover het station, aan de voorzijde, het hoofdkantoor van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland, waarvan twee schepen in de haven te vinden zijn, namelijk Prinses Juliana en Mecklenburg.

Voor het station zien we karren met manden. Hierin vervoerden Walcherse boeren hun bessen, bestemd voor een Engelse jamfabriek.

Behalve de elektrische tram van de VM (Vlissingen – Middelburg) was er ook een stoomtram naar Koudekerke, Domburg en Middelburg van de SW (Stoomtram Walcheren). Het perronnetje daarvan is te vinden achter de linkervleugel van het station (de vleugel met het torentje).

Door het steeds drukker worden van het treinverkeer ontstond de behoefte aan een beveiliging op het spoor.
In 1857 was de NRS al begonnen met het plaatsen van seinen op hoofdstations en bij beweegbare bruggen.

De optische signalen waren van het Engelse model Stevens & Sons en konden de standen “stop”, “langzaam rijden” en “veilig” tonen. Bij seinen met verlichting waren de kleuren rood, groen en wit.

Na diverse ongevallen ging in 1876 ook de HSM over tot het aanbrengen van beveiliging in de vorm van een bloksysteem van Siemens & Halske waarbij steeds maar één trein in het gedeelte (blok) aanwezig mocht zijn.

Op station Rotterdam Delftse Poort werd in 1881 de eerste centrale gezamenlijke wissel- en seininrichting in gebruik genomen.

NS deel 4
 
 

Foto boven: Station Delfsche Poort anno 1858.

Foto onder: 1940 vlak voor het bombardement.


NS deel 4

Tegen het einde van de jaren zeventig van de negentiende eeuw begon het Nederlandse spoorwegnet een zekere samenhang te vertonen. De meeste steden waren door middel van rails met elkaar verbonden.

De samenwerking tussen de verschillende spoorwegmaatschappijen was echter erbarmelijk. Hierdoor waren de aansluitingen slecht en waren de reizigers lang onderweg.

NS deel 4NS deel 4
 
In 1885 verkreeg de NRS een meerderheidsbelang in de NCS. De NRS werd in 1890 overgenomen door de staat, de exploitatie kwam in handen van de SS.

De NCS bleef nog als afzonderlijk bedrijf voortbestaan tot 1934, maar ook hiervan werd de exploitatie in 1919 overgenomen door de SS.

Op 1 januari 1911 werden gemeenschappelijke tarieven ingevoerd die geldig waren op de HSM, SS, NCS en de NBDS. De prijs werd berekend volgens de kortste route op het landelijk spoornet. In 1917 gingen, mede als gevolg van de moeilijke omstandigheden tijdens de Eerste Wereldoorlog, de twee grootste maatschappijen, de HSM en de SS, nog meer samenwerken en werd de belangenmaatschap Nederlandse Spoorwegen opgericht. Beide maatschappijen namen de exploitatie over van verschillende andere maatschappijen.

De HSM nam in 1920 de KNLS over, in 1923 werd de ZHESM overgenomen. Vanaf 1926 exploiteerde de HSM ook alle lijnen van de GOLS die in 1928 werd opgeheven, en vanaf 1936 ook de lijnen van de HESM. Uiteindelijk bleven (op enkele kleine maatschappijen na) alleen de HSM en SS over, en op 1 januari 1938 leidde dit tot een fusie en de oprichting van de N.V. Nederlandsche Spoorwegen, waarvan de aandelen volledig in handen kwamen van de Nederlandse staat.

De meeste bestaande spoorlijnen werden, uitgezonderd enkele grenstrajecten en lokaallijnen, vanaf 1938 geëxploiteerd door de N.V. Nederlandse Spoorwegen.

NS deel 4

Sneltreinlocomotieven van de serie HSM 421-460, later NS 1901-1940,
gebouwd door Werkspoor tussen 1907 en 1913.
Deze locs zijn te zien als voortzetting van de serie HSM 350-408, later NS 1601-1659, maar dan met oververhitter.
De ketels waren verwisselbaar met die van de NS serie 5800.

NS deel 4

Loc 861 van de SS, omstreeks 1920. Deze loc kwam in 1901 in dienst. In 1921 gingen de SS en de HIJSM samen onder de naam Nederlandsche Spoorwegen. Alle locomotieven kregen vanaf dat jaar nieuwe nummers; dit werd NS-loc 1761. In 1952 werd ze afgevoerd en daarna gesloopt, zoals alle exemplaren van deze grote serie.

(wordt vervolgd)

Deel 3 gemist? U kunt het hier lezen!
 
Bron: MD Drachten e.a.

.