Op dood spoor deel 1

Onderzoek naar historisch spoor Emmen

Groningen en Drenthe onderzoeken de aansluiting van Emmen op het spoor naar het Noorden. In de eerste helft van de vorige eeuw was er zo’n spoor. Een tocht in 5 delen langs de resten.

Eigenlijk heeft Emmen best een groot station. Qua gebouw dan. Jaren zestig, zo te zien. Met een façade waarop met grote letters Nederlandse Spoorwegen is te lezen. Zowel de Spoorstraat als de Stationsstraat leiden je erheen. En op perron 2 staat Ilse de Lange te pronken. Klaar voor vertrek deze woensdag. Nee, het is niet de zangeres maar de naar haar vernoemde trein. Ze móet wel richting Zwolle.

station emmen

Station Emmen

 
Meer smaken heeft station Emmen namelijk niet. Niet meer. Want in de eerste helft van de vorige eeuw was er de Noordooster Locaal Spoorweg, kortweg NOLS. Die boemelde over de Hondsrug naar enerzijds Stadskanaal (over Gasselternijveen) en anderzijds via Gasselte, Eext en Rolde naar Assen. Ik ga op zoek naar overblijfselen van dit historische spoor.

Op dood spoor deel 1

Station Emmen 1905

 
Dat begint natuurlijk direct al met het spoor dat zich bij station Emmen wel degelijk richting het Oosten ontrolt. Ik negeer een aantal verbodsborden en doodsbedreigingen: elektrocutiegevaar! Dat valt allemaal reuze mee, maar gekooid ben ik uiteindelijk wel. Nadat het spoor van twee naar één is versmald en uiteindelijk geheel verdwijnt, eindig ik tussen hoge, ondoordringbare hekken.

Eerste station
Hoe het spoor van hieruit verder liep, ontdek ik niet. Zodat ik uiteindelijk langs de beschaduwde Weerdingerstraat naar Weerdinge loop. Daar ontwaar ik de Nolsstraat. Tussen fraaie moderne villa’s door laveer ik naar de straat waar ooit het station moet hebben gestaan. Eén wat ouder huis staat er, qua bouwjaar zou dit het kunnen zijn. Maar is het ook zo?

Helaas is er niemand thuis. Maar… Ja dus! Ontdek ik thuis, bij nadere beschouwing van foto’s op de website stationsweb.nl. Bingo! Nog geen vijf kilometer onderweg en het eerste station is gevonden. Het blijkt, als ik mijn tocht vervolg het minst originele, dus ook de volgorde is goed.

station weerdinge

Station Weerdinge 1960

 
Op weg naar Valthe, de volgende halte, kan ik opnieuw het spoor niet vinden. Het is er ook niet meer, wordt me later verzekerd, maar het moet over het hoogste gedeelte van de Hondsrug hebben gelopen. Niettemin is ook de tocht over het fietspad een genoegen. Eigenlijk ervaar ik voor het eerst wat de Hondsrug is. Echt hoogteverschil.

Gerestaureerd
Eenmaal in Valthe valt onmiddellijk een straatnaambordje op. ’t Perron. Er ligt een stukje spoor, eindigend op een stootblok. En dat niet alleen… Ik loop door een Spoorstraat. Er is ook een Stationsstraat. Maar waar is dan het station? Ik ontdek het pas als ik het dorp weer uitloop, terug in de richting Weerdinge.

Verscholen staat het, tussen hoge struiken en een flinke schutting. En het is fraai gerestaureerd. Een mooi, origineel mozaïek met de plaatsnaam siert de gevel. Hier ziet bewoner Jan Schepers mij om het huis laveren en fotograferen. In de tuin staat hij me te woord. ,,Zo’n 17 jaar geleden hebben we het gekocht. Het werd geveild door de gemeente. We hadden nét het hoogste bod.”

station valthe

Station Valthe

 
Herinneringen
Aan het spoor heeft hij geen herinneringen, daar is Schepers niet oud genoeg voor. ,,Maar daar”, hij wijst op het ruime plein ’t Perron met het stootblok, ,,moet nog een behoorlijk rangeerterrein hebben gelegen.” Voor zijn huis ligt een wandelpad. ,,Dat was het oorspronkelijke spoor. Maar inderdaad, je kunt het niet lang volgen. Zou je de oorspronkelijke route van het spoor willen lopen dan moet je dwars door tuinen.”

Het lag hoog, zegt Schepers, dat spoor. Op de – fraaie – route naar Exloo probeer ik het af en toe. Links van de weg, de hoogte opzoeken. Soms denk ik het spoor gevonden te hebben. Smalle paden door het bos, maar steeds lopen ze dood. In Exloo is het opnieuw zoeken. Het kapstokje Stationsstraat ontbreekt…

Op dood spoor: treinstation Exloo

station Exloo

Station Exloo

Ook Exloo heeft een station om in te lijsten

Groningen en Drenthe onderzoeken de aansluiting van Emmen op het spoor naar het Noorden. In de eerste helft van de vorige eeuw was er zo’n spoor. Een tocht langs de resten. Vandaag deel twee van een serie van vijf.

Er overvalt me een lichte weemoed bij het volgen van het oude spoor van de Noord-Ooster Locaal Spoorweg (NOLS) van Emmen richting Assen. Wat eeuwig zonde dat het er niet meer is! En waarom is het er eigenlijk niet meer? De lijn ging vanaf 1905 rijden, zo blijkt uit de archieven. In spoorwegtermen is dat laat.

Het grootste deel van het Nederlandse spoorwegennet, die lijnen waarop nu de intercity’s rijden, lag er al rond 1870. De steden waren nog ommuurd in die dagen, de stations werden net buiten de vesting gelegd, de reden dat nu alle historische binnensteden van Nederland (Europa kun je ook zeggen) zo perfect per trein bereikbaar zijn.

NOLS
Zo werd het laaghangende fruit het eerst geplukt. Spoor dat in de twintigste eeuw werd aangelegd, verdween vaak weer snel. Ook in het Noorden. De lijn Winsum-Zoutkamp bijvoorbeeld. Het Woldjesspoor van Zuidbroek naar Delfzijl. De STAR, de lijn Stadskanaal-Ter Apel-Rijksgrens. En diverse lijntjes in het Noorden van Friesland.
Toen de NOLS werd aangelegd was het merendeel van de Drentse wegen nog onverhard. Dat veranderde in de twintigste eeuw snel. De fiets werd gemeengoed. Busdiensten kwamen op. En langzaam maar zeker werd ook particulier autobezit een factor. De trein raakte zijn positie als monopolist kwijt.

Het zijn gedachten als ik op zoek ben naar het station van Exloo. Inmiddels let ik op sporen (Spoorstraat, Stationsstraat, Nolsstraat), maar die zijn hier niet. Wel is er de wetenschap dat NOLS hier verder ging in de richting Buinen. En ja! Aan de Buinerweg staat het stationsgebouwtje. Net als bij dat van Valthe siert een fraai mozaïek met de plaatsnaam de voorgevel.

station exloo 1960station exloo 1984

Links Station Exloo in 1960 en rechts in 1984

Het station wordt bewoond door Mensendiecktherapeute Marjan Boelens en huisarts Peter Dokter. ,,Inderdaad, dokter Dokter. Een van de vijf in Nederland.” Het stationnetje kochten ze in 2007. ,,Voor achteraf gezien te veel geld”, biecht Dokter op. Het stel woonde in Delft, was andere prijzen gewend. ,,We konden zo omruilen.”

Ach, het is het waard, vinden ze. Het is immers een plaatje van een woning. Eentje om in te lijsten. En dat is het tweede dat Boelens, afkomstig uit Rolde, beroepsmatig doet. In de – niet originele – schuur naast het station maakt ze lijsten in een eigen bedrijfje: In-Lijsten. ,,Het begon met een cursus maar inmiddels heb ik diploma’s om het op museumniveau te doen.”

Historie
De twee laten foto’s zien van de woning in 1991. Lelijk witgekalkt, bijna een ruïne toen. ,,Het was van de gemeente en die had er twee woningen van gemaakt. Er woonden twee gezinnen, een soort sociale opvang”, zegt Dokter. Toen zij het verwierven in 2007 was het door hun voorgangers al heel bewoonbaar gemaakt. De laatste finetuning deden ze zelf. ,,En inmiddels is het een Rijksmonument”, zeggen ze niet zonder trots.

Ja, ze krijgen veel aanloop van treinfreaks. Die mogen wel even kijken. ,,Soms stopt er een complete bus voor de deur, dat was vooral toen we hier net woonden”, lacht Dokter. En ze weten er inmiddels ook veel van. Via websites en door contacten met NOLS-historicus Robert van Wissen. ,,De architect van dit gebouw was Eduard Cuypers, het neefje van de beroemde Pierre, de architect van het Centraal Station Amsterdam”, zegt Dokter.

deel 2

En verder gaat de weg. Langs het dode spoor naar Buinen en Gasselte. Kijk hier voor deel 2.

BRON: DVHN, Tekst Jaap Kiers en Foto’s Jaap Kiers en Internet.