DE BR18 – EEN PACIFIC, Deel 2

BR18, een serie over een elegante stoomloc.

In deel 1 maakten we kennis met een drietal relatief onbekende BR 18 locs. Misschien dat de Schöne Württembürgerin wat bekender is, wat wellicht z’n oorzaak vindt in het feit dat een model van dit type ook in de populaire schaal H0 is verschenen (Roco en Mätrix voer(d)en een model van deze serie in het assortiment).

We komen nu toe aan de wat meer bekende types, om te beginnen de Badische IVh, de BR 18.3.

18.3 De Badische IVh
Als opvolgster van de Ivf ontstond de IVh in een tijd dat het transportmiddel bij uitstek gevormd werd door de spoorwegen. In het Duitsland aan het begin van de twintigste eeuw was het spoorwegnet uitgegroeid tot een net met een totale lengte van rond de 55.000 kilometer, en het was nog steeds groeiend.

Door het toenemend gebruik van de trein als reis- en transportmiddel werden de treinen steeds langer en zwaarder, wat natuurlijk steeds sterkere locs vereiste, en niet alleen
sterker, maar ook sneller. Onder deze omstandigheden kon de Ivf al gauw niet meer aan de gestelde eisen voldoen en begon men aan de ontwikkeling van haar opvolgster, de IVh.

Deze locomotief was vooral gedacht voor het relatief vlakke traject langs de Rijn tussen Heidelberg en Basel.

Zoals destijds wel vaker werd gedaan, werd er voor de locomotieffabrieken een wedstrijd
uitgeschreven. De fabriek waarvan het ontwerp het meest aan de gestelde eisen voldeed, kon rekenen op een order. De bekende fabriek J.A. Maffei ging er met de prijs vandoor en kreeg in 1915 opdracht 20 stuks IVh te produceren.

BR18

Waar we bij de tot nu toe besproken locomotieven (BR 18.0, 18.1 en 18.2) zagen dat de doorsnede van de aangedreven wielen niet boven de twee meter uitkwamen, zien we bij de Badische IVh, de BR 18.3 dus, dat hier de middellijn de twee meter overstijgt, namelijk 2100 millimeter. Groter dan bij welke eerder gebouwde locomotief ook.

Een grotere diameter komen we slechts tegen bij de (later gebouwde) locomotieven BR 05 en BR 61 (namelijk 2300 mm) en, maar dat vloeit automatisch uit de laatstgenoemde voort, de 18 201. Onze eindredacteur was overigens reeds zo vriendelijk te wijzen op het fenomeen 18 201 (zie deel 1), maar eigenlijk past mijns inziens deze lok niet echt thuis in de serie 18. Waarom, dat zullen we verderop uit de doeken doen.

BR18Aangedreven werd de lok door een stoommachine met vier cilinders, die in compound werkten. Dat wil dus zeggen, dat stoom onder hoge druk naar de twee binnenliggende (hogedruk) cilinders werd geleid, waar ze, als ze daar haar werk had gedaan en een gedeelte van de in zich verborgen energie had afgestaan, naar de twee buiten liggende (lagedruk) cilinders werd geleid, om daar de resterende energie om te zetten in beweging.

Voor de lok werd een maximale snelheid van 100 km/h vastgesteld, wat in de loop van haar carrière overigens enkele malen naar boven zou worden bijgesteld, tot 160 km/h (1960).

Helaas kwam deze lok in een wel ietwat ongelukkige tijd ‘ter wereld’. Ten eerste werden de zogenoemde “Länderbahnen”, dat wil dus zeggen, de spoorwegmaatschappijen van de diverse “Länder”, zoals Pruisen, Beieren, Baden, Saksen etc., opgenomen in de in 1920 nieuw opgerichte Deutsche Reichsbahn, die eigenlijk niet zo goed raad wist met de kleine serie van twintig stuks IVh.
Het onderhoud van zo’n kleine serie en het op voorraad houden van de benodigde reserveonderdelen is bovendien relatief kostbaar. Ten tweede was in die tijd de Eerste Wereldoorlog nog maar net afgelopen, en de spoorwegen hadden nogal te lijden van de oorlogstijd. Vanwege het strategisch belang was aan onderhoud te weinig aandacht geschonken, om van nieuwbouw of vervanging van bepaalde trajecten maar niet te spreken.

Bovendien moest Duitsland als verliezer van de ‘Grote Oorlog’ herstelbetalingen verrichten aan de winnaars, en dat werd voor een zeer groot gedeelte weggehaald bij de Reichsbahn, in de vorm van af te geven locomotieven en het afgeven van de baten die met de spoorwegen verdiend werden, ook al weer een reden waarom onderhoud en nieuwbouw naar de achtergrond werden verbannen.

De Badische IVh sukkelde het grootste deel van de tijd met een gangetje van hooguit een kilometertje of tachtig langs de Rijn.

BR18

En zo ging het eigenlijk zo’n beetje door tot pakweg 1948. Na nóg een oorlog (WOII) besloot de net opgerichte Bundesbahn de “Splitter-gattung” BR 18.3 uit te monsteren.

De meeste locs werden daarna gesloopt.
Overigens viel slechts één van de twintig locs aan de oorlogshandelingen ten slachtoffer, namelijk de 18 326, en slechts één exemplaar kwam na de oorlog in de DDR terecht, de 18 314.

BR18

Enkele regels terug las u dat de meeste locs gesloopt werden. De meeste – niet alle. Drie stuks ontkwamen aan de snijbrander, te weten de 18 316, 319 en 323. Deze machines kwamen bij de LVA (LokVersuchsAnstalt) in Minden terecht, waar ze werden gebruikt als trekkracht voor testritten met te onderzoeken materieel.

Om een voorbeeld te geven: Nieuw ontworpen draaistellen moesten worden beproefd om te onderzoeken of deze aan de gestelde verwachtingen voldeden. Er werden dan meettreinen samengesteld, waar rijtuigen met deze draaistellen onderdeel van waren. Omdat de IVh hoge snelheden kon ontwikkelen was het een ideale trekkracht. Door deze locomotieven daarvoor te gebruiken, hoefde men geen andere machines, die doorgaans in de normale diensten waren ingedeeld, aan die diensten te onttrekken.

BR18

Overigens kwam het geregeld voor dat, als het zo eens uit kwam, dat de IVh, als ze toevallig even geen testritten reden en er een ‘normale’ locomotief uitviel, in plaats van die locomotief voor de trein gespannen werd.

Hiervoor werd al eens gerefereerd naar de BR 18 201. Ofschoon het discutabel is of deze machine wel echt tot de bouwserie 18 behoort, immers, eerder zagen we dat onder de naam BR 18 de door de Länderbahnen gebouwde sneltreinloks met de asindeling 2’C1’ werden ondergebracht, en wat je ook van de 18 201 kunt zeggen, een Länderbahnlok is het niet.

BR18

De 18 201
In de jaren 1960/1961 ontstond bij de DR (de Deutsche Reichsbahn van de DDR) het idee om deze locomotief te gaan bouwen, men zat namelijk nogal verlegen om een snelle machine voor het beproeven van rijtuigen die (o.a. in opdracht van bevriende maatschappijen) werden gebouwd.

BR18

Aanzet voor het idee was de aanwezigheid van de 61 002, een tenderlocomotief, gebouwd om dienst te doen voor sneltreinen op hoofdlijnen, en dan met name tussen Berlijn en Dresden.

BR18

Deze locomotief was niet of nauwelijks in de reguliere dienst in te zetten, vanwege het feit dat het een eenling betrof, waar bovendien nogal wat herstelwerk aan gedaan moest worden. Overigens staat er in de MIBA 6/14 een artikel over deze locomotief.

BR18Een aantal andere onderdelen, namelijk de naloopas en het achterste gedeelte van het chassis alsmede de buiten liggende cilinders, waren afkomstig van de H 45 024, een mislukt experiment op basis van de 45 024.

De tender tenslotte was afkomstig van de 44 468.

De ketel was dezelfde als die welke gebruikt was voor de REKO 03, 22 en 41.

Verder werd o.a. een Giesl-ejektor ingebouwd alsmede een Riggenbach Gegendruckbremse. De laatste werd trouwens al gauw buiten werking gesteld, omdat die feitelijk voor de uitvoering van de gestelde taken overbodig was. Om langere rijtijden mogelijk te maken werd een tweede tender geschikt gemaakt (trek- en stootwerk aan beide kanten).

In 1967 werd ze te Meiningen omgebouwd op oliestook.

BR18De locomotief kreeg het nummer 18 201 toebedeeld als een soort eerbetoon aan de Badische Ivf, die we in een eerder deel al voorbij zagen komen, omdat dat de eerste Pacific was die op de Duitse sporen rondreed.

Later is de lok nog omgedoopt in 02 0201-0, maar dat was tijdelijk, nu heet de lok weer net als eerst 18 201.

In 1989 zou de locomotief naar Nederland komen ter gelegenheid van het 150-jarig jubileum van de NS. Een aantal leden van de MD is toen nog een eind Duitsland ingetrokken om de lok op te vangen en te fotograferen, maar die keken wat beteuterd door de lens van hun camera toen bleek dat de 03 1010 de honneurs had waargenomen, de 18 201 was ergens met een loopwiel ontspoord en moest eerst grondig onderzocht worden.

BR18

Wordt vervolgd.

Bron: o.a. MD Drachten, Jan Berends.