De ontwikkeling van de spoorwegen in Nederland – deel 8

NS deel 8

nieuwsbrief februari 2016 

Een serie over de geschiedenis van de Nederlandse Spoorwegen.

Deel 8


 
Na de buurtspoorwegen en de tramlijnen in deel 7 van deze serie,
komen we in dit stuk terug bij het echte werk, de spoorwegen.

Vanaf 1860 hadden we in Nederland te maken met een enorme economische groei. Ook wel de tweede Gouden Eeuw genoemd. Tussen 1860 en 1900 nam de economie toe met 150%. De industrie maakte mede door de opkomst van de stoommachines een enorme industriële groei door. Hierdoor trokken veel arbeiders van het platteland naar de steden. Want daar ging het loon fors omhoog.

NS 08Door het aannemen van de Vestingwet van 18 april 1874 wordt de verdediging van het land door middel van linies geregeld, de klassieke rol van individueel verdedigbare (bewoonde) steden is uitgespeeld.

Een mooi voorbeeld van vestingwerken is deze oude kaart van Nijmegen. Op deze kaart uit 1654 is te zien dat de bebouwing van Nijmegen vooral binnen de bescherming van de vestingwerken plaatsvond.

Ten opzichte van een kaart van Nijmegen uit 1612 zijn de vestingwerken versterkt. De vestingwerken, die de stad beschermden maar ook beperkten in de groei, mochten pas na aanneming van de Vestingwet in 1874 worden afgebroken.

Sinds dat jaar is het gebied direct buiten de stad beschikbaar voor stedelijk-industrieel gebruik, voor die tijd moest het als schootsveld vrijgehouden worden, mogelijkheden voor verberging van een naderbij sluipende vijand mochten niet aanwezig (of slechts van gemakkelijk sloopbare constructie) zijn.

De wet maakte eveneens de bouw van Kazernes (tot dan werden militairen in leegstaande grote gebouwen in de stad gelegerd) buiten de stad mogelijk.

NS 08In 1875 werd bij Nijmegen begonnen met de aanleg van een spoorlijn naar Arnhem.

De spoorbrug en spoordijk kwamen in 1879 gereed en in datzelfde jaar werd de treinverbinding met Arnhem feestelijk geopend.

Nijmegen, met een kleine 25.000 inwoners, was daarmee de laatste stad van die omvang, die aansluiting op het nationale spoorwegnet kreeg.

Rechts: Bouw van de Waalbrug bij Nijmegen 1875

De stadswallen afgraven was dus vanaf 1874 toegestaan en zo konden de steden dus verder uitbreiden. Helaas hebben de spoorwegen geen voortrekkersrol gespeeld

Door het verbrokkelde sporennet was de rentabiliteit laag in vergelijking met het buitenland. Hierdoor bleven belangrijke investeringen uit. Op drie belangrijke punten na. Alleen in Twente (textiel) gebeurde dat wel want goed vervoer was essentieel voor die industrie

NS 08NS 08Ook in Zuid Limburg was kolenvervoer van groot belang om het zwarte goud dat in de grond zat bij de huiskamers te krijgen.

Daar werd flink geïnvesteerd in het railvervoer rondom de mijnen omdat het van groot nationaal belang was

Tussen boor en kolenboer was een lange weg te gaan

Ook de havens waren van groot nationaal belang en ook daar waren forse investeringen nodig want zonder goed railvervoer van en naar de havens kon de economische ontwikkeling in ons land niet die groei maken die nodig was. Het is een gegeven dat in onze tijd nog steeds actueel is.

Erg belangrijk voor de ontwikkelingen van treinmaterieel in Nederland was Werkspoor.

Het bedrijf werd in 1826 opgericht door Paul van Vlissingen als een reparatiewerkplaats voor stoommachines voor de Amsterdamse Stoombootmaatschappij waarvan hij medeoprichter was.

NS 08

Dit bedrijf was oorspronkelijk gevestigd in Amsterdam (Oostenburg). In 1827 werd een voormalige rokerij van de Verenigde Oost-Indische Compagnie gehuurd om uit te breiden.

NS 08

Advertentie uit 1941

Samen met Abraham Dudok werd nu een bedrijf opgezet onder de naam Fabriek van Stoom- en Andere Werktuigen.

Omstreeks het midden van de 19e eeuw had het bedrijf al 1000 werknemers, en ook werd het predicaat ‘koninklijke’ verworven.

Men vervaardigde er stoommachines voor de scheepsbouw en de suikerindustrie, en ook stoomlocomotieven. Het bedrijf was sterk afhankelijk van regeringsorders.

In 1913 werd de fabricage van spoorrijtuigen en staalconstructies verhuisd naar Nieuw Zuilen, tegenwoordig een wijk in Utrecht.

Daar werden ook enkele beroemde bruggen gebouwd, zoals de Waalbrug bij Nijmegen, de Bommelse Brug bij Zaltbommel, en de Moerdijkbrug.

In 1929 werd het telegramadres Werkspoor de officiële naam van het bedrijf.

In 1899 begon de Koninklijke Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel (Werkspoor) met de fabricage van locomotieven, veelal in licentie van buitenlandse fabrikanten.

Door de geringe omvang van de Nederlandse orders voor nieuw materieel waren de kosten over het algemeen aan de hoge kant.

NS 08

Een gevolg hiervan was dat steeds meer treinmaterieel in het buitenland werd gekocht. Wel was de vaderlandse industrie belangrijk voor de spoorwegen.

Werkspoor heeft tal van beeldbepalend treinmaterieel gemaakt voor de Nederlandse spoorwegen, ook in latere jaren. Groot succes was het stroomlijnmaterieel, geen succes de dieselloc serie 2600 “Beel”.

Wilt u meer weten over de locomotieven van Werkspoor, lees dan het boek van H. de Jong. De locomotieven van Werkspoor, antiquarisch nog te koop.

NS 08NS 08

Naast de productie van rollend materieel bleef Werkspoor ook actief op het gebied van de scheepsmachinerieën en vervaardigde het bedrijf in 1910 de eerste dieselmotor voor een zeegaand schip, de Vulcanus, in opdracht van de Bataafsche Petroleum Maatschappij.

NS 08Verder nam men begin 20e eeuw de productie van koelmachines ter hand, als licentiehouder van de firma Linde.

In 1902 werd de eerste olieraffinaderij in Pernis bij Rotterdam geopend. De Koninklijke Bataafse Petroleum Maatschappij (later gefuseerd met de Britse Shell groep) begon met de productie van diesel en later met de verkoop van het bijproduct benzine.

De ontwikkelingen rond de haven kun je niet los zien van spoorwegen en scheeps-machinerieën.

Grotere mobiliteit
Wat half 20e eeuw snel toenam was het aantal forensen vanuit het Gooi, Overveen en Zeist. Bemiddelde bewoners uit de steden trokken steeds meer naar de mooie dorpen buiten de stad. Door de goede spoorverbindingen met de steden was het mogelijk om buiten de stad te gaan wonen.

NS 08Door al die reizigers werden onder anderen de stations in Amsterdam te klein.

Een oplossing werd gevonden in het aanleggen van een kunstmatig eiland in het IJ, in de monding van de Amstel, waarop het nieuwe Centraal station werd gebouwd.
Zand uit het gelijktijdig gegraven Noordzeekanaal en uit het Gooi vormde de ondergrond.

In 1882 werd het station aanbesteed, nadat eerdere ontwerpen waren afgekeurd om dat die te veel leken op het Rijksmuseum, ook een ontwerp van P.J.H. Cuypers.

De stalen overkapping was ontworpen door de architect A.L. Van Gendt.

Met een voorgevel van 300 meter werd het een imposant gebouw. (foto onder)

NS 08

NS08

In 1888 is de bouw van Amsterdam CS in volle gang

NS 08

Mooie plaat van Amsterdam CS uit 1900

Reeds in 1884 kon het station gedeeltelijk in gebruik worden genomen en konden de sporen vanuit Haarlem/Zaandam met de rails uit het oosten worden verbonden. Zo ontstond het grootste station van Nederland.

Inmiddels had zich rond 1890 al een bundeling van diverse spoorwegmaatschappijen voltrokken met als klap op de vuurpijl de aankoop, door de staat, van de NCS voor een bedrag van f 20 miljoen.

NS 08

Bouw van een spoorwegviaduct bij Centraal Station Amsterdam, 1921

Hierna werden de spoorlijnen en materieel verdeeld over de twee overgebleven spoorwegmaatschappijen HSM en SS. Hierdoor ontstonden een tweetal gekoppelde netten
zonder al te veel overlap.

NS 08Eén van de voordelen was dat de spoorlijnen aan weerszijden van de Zuiderzee in Enkhuizen en Stavoren eigendom werden van dezelfde maatschappij (HSM) waardoor de dienstregeling goed op elkaar ging aansluiten.

De in 1886 gestarte rederij Bosman had hier veel voordeel van.

De twee raderboten werden vervangen door nieuwe schepen en in 1899 kwamen de eerste veerponten voor goederenwagens in de vaart.

Deze boden plaats aan 12 tot 13 twee-assige wagons. Op Op het hoogtepunt van dit vervoer in 1916 werden 10.000 wagons overgezet.

NS 08

Na het gereedkomen van de afsluitdijk in 1933 en de fusie tussen de HSM en de SS, waardoor in 1938 de N.V. Nederlandse Spoorwegen (NS) ontstond, werd het vervoer tussen Stavoren en Enkhuizen snel minder.

De meeste reizigers en goederen gingen sindsdien met de trein over de Veluwelijn via Zwolle en Amersfoort of met de auto/bus over de afsluitdijk.

NS 08

Mat’54 (Hondekop) op Amsterdam CS rond 1960

NS 08

Terrein Werkspoor Utrecht 1957

Wordt vervolgt.

Bronnen: MSC Emmen, Wisselkoerier MD Drachten, Nico Split e.a..