Spoorwijdte, spoorbreedte, normaalspoor, smalspoor, breedspoor, snapt u het nog?

In dit artikel wil ik u voorstellen aan een aantal verschillende spoorwijdtes en de bijbehorende modelspoornorm zoals wij die o.a. op onze clubbaan hanteren.

Mede aanleiding voor dit artikel is o.a. het feit dat we op onze clubbaan zowel “normaalspoor”. H0 (16 mm), als H0e (9 mm) en H0m (12 mm) smalspoor hebben.

spoorbreedteOm te beginnen eerst maar eens het verschil uitleggen tussen de twee begrippen “spoorbreedte” en “spoorwijdte” daar bestaat nl. vaak spraakverwarring over.

Spoorwijdte is de afstand tussen de twee spoorstaven, gemeten tussen de binnenkanten van de koppen van de rails. Is deze afstand 1435 mm, dan spreekt men van normaalspoor, anders van breedspoor of smalspoor.

Spoorwijdte is de gangbare benaming die veelal gebruikt wordt. (tekening: NMMD).

Verwar het begrip spoorwijdte niet met spoorbreedte: dat is de afstand van hart op hart. Bij normaalspoor is de spoorbreedte 1500 mm.

Treinen rijden op spoorstaven, niet op rails: aan rails hang je gordijnen op.
En spoorstaven zijn bevestigd op dwarsliggers, niet op biels (Nico Spilt)

Hier wat voorbeelden van verschillende spoorwijdtes en de landen waarin deze gebruikt worden:

Toen in Engeland door George Stephenson de eerste locomotieven en spoorlijnen werden gebouwd, ging men uit van de afstand van de rail van de reeds gebruikte kolenwagons, nl.: 4 feet 8½ inch (1435 mm).

Alleen de Great Western Railway, ontworpen door de eigenzinnige Brunel, week daar van af. Hier bedroeg de spoorwijdte 7 feet ¼ inch (2140 mm). Later werd deze omgebouwd naar normaalspoor.

GWR 1989 TruroGWR7827

Links de GWR 1989 in Truro, Schotland. Rechts de GWR 7827

Ook in Nederland heeft men breedspoor gekend, in navolging van de ideeën van Brunel. De HSM gebruikte tussen Amsterdam, Haarlem en Rotterdam een spoorwijdte van 1945 mm, net als de NRS tussen Amsterdam, Utrecht en Arnhem.

De NRS ging in 1855 over op normaalspoor, zodat men bij de grens met Pruisen zonder overstappen of overladen kon doorrijden. In 1866 volgde de HSM. Van een van de eerste HSM-locs, de Arend, staat een replica in het Spoorwegmuseum. Die kan over een stukje breedspoor heen en weer rijden.

De Arend

De Arend (collectie Spoorwegmuseum)

De verschillende spoorwegmaatschappijen in Duitsland kozen vanaf het begin voor normaalspoor, terwijl het smalspoor in Zuid Duitsland en het voormalige Oost Duitsland veelal op 750 mm spoor rijdt.

De treinen in de Harz (Duitsland)rijden echter op meterspoor, net zoals de Zwitserse Rhätische Bahn en vele andere smalspoorbanen in Zwitserland.

harzRhB

Links de Harzquerbahn in Duitsland. Rechts de Rhätische Bahn uit Zwitserland. Beide rijden op “meterspoor”.

In Ierland en Brazilië rijdt men op 1600 mm breedspoor.

Tralee & Dingle Light Railway

De Tralee & Dingle Light Railway in Ierland, spoorwijdte 5 foot 3 inches, oftewel 1600 mm

Spanje en Portugal rijden op een spoorwijdte van 1668 mm, aangeduid als Iberisch breedspoor. Spaanse hogesnelheidstreinen rijden op normaalspoor.

Noord en midden Amerika:
Meest normaalspoor, 1067 mm vindt men in Canada, 914 in de USA en in Mexico, maar vooral in Guatemala, El Salvador en Panama. Tussen Panama en Colón bedraagt de spoorwijdte 1524 mm. Nog in de USA liet de Great Western Railway tot 1982 treinen rijden waarvoor een recordwijdte van 2134 mm nodig was! Honduras, Nicaragua en Costa Rica hebben het Afrikaanse 1067 mm spoor aangenomen; Cuba en Jamaica kozen voor de normale spoorwijdte.

GWR livery 166204

GWR Livery 166204

Zuid Amerika: Hier is verscheidenheid troef:
Normale spoorwijdte: 1435 mm, Venezuela, Uruguay, Paraguay, Argentinië en Peru;
914 mm: Columbië en Peru;
Meterspoor: Bolivië, Chili, Brazilië en Argentinië;
1 067mm: Ecuador;
1 676 mm: Chili en Argentinië;
1 440 en 1 600mm: Chili;
750 mm: Argentinië.

waldviertelbahnZillertalbahn

Links de Waldviertelbahn. Rechts de Zillertalbahn (foto: Herbert Ortner)

Verder zijn overal ter wereld veel smalspoor lijnen aangelegd. Een paar Oostenrijkse voorbeelden zijn de Steyrtalbahn, de Waldviertelbahn, de Zillertalbahn en de Mariazellerbahn, allemaal 760 mm (zogeheten Bosnisch spoor). Nog smaller is het spoor van de Liliputbahn, nl. 381 mm.

900 mm smalspoor werd en wordt veelal gebruikt als industriespoor.
Het Smalspoormuseum in Erica gebruikt hoofdzakelijk 900 mm spoor.

Als smalspoor wordt gezien elke spoorwijdte tussen 400 en 1000 mm, waarbij de maten 500, 600, 700, 750 en 900 wel de bekendste zijn.

Een interessant artikel over de geschiedenis van de spoorwijdtes vind u op de website van:
Rixke Rail’s Archives.

N.B. Er bestaan 53 verschillende spoorwijdtes. Wikipedia

garratt 1067 mm

Twee bijzondere foto’s van smalspoor locomotieven, beide van het Garratt systeem.

Boven een Beyer-Garratt-locomotief van de South African Railways,
spoorwijdte 1067 mm (Kaapspoor). Fabrieksfoto, collectie Nico Spilt.

Een Garratt bestaat uit twee locomotieven met een gemeenschappelijke ketel.
Achter het machinistenhuis bevindt zich de brandstofvoorraad en een deel van de watervoorraad.
Het andere deel van de watervoorraad bevindt zich voor de rookkastdeur.

Onder smalspoor Garratt lokomotief, spoorwijdte 600 mm, oorspronkelijk gebouwd in Zuid Afrika,
maar rijdt nu op de Schinznacher Baumschulbahn te Schinznach in Zwitserland onder de naam “Drakensberg”.

garratt 600 mm

Terug naar onze clubbaan:

De baan rijdt grotendeels op “normaalspoor” oftewel H0 16 mm spoor, op de rechterpoot van de baan komt een berggedeelte met 750 mm “smalspoor”, dit wordt aangelegd met H0e rail van 9 mm.
Daar komt voor een deel materiaal te rijden dat al in het bezit van de club is, nl. de Zillertalbahn.

Op de linkerpoot komt boven het schaduwstation een Zwitsers berggebied met 1000 mm “smalspoor” of zoals dat heet “meterspoor”. De modelspoor aanduiding hiervoor is H0m, 12 mm.
Dit zal materiaal zijn van de Rhätische Bahn.

Bronnen: o.a. Langs de Rails, Nico Spilt, NMMD, Wikipedia, Herman Scholten, etc.