Stoomtractie bij de NS na de tweede wereldoorlog, 4e en laatste deel.

In de vorige aflevering concludeerden we dat er begin 1957 nog 118 stoomlocomotieven actief waren, verspreid over 5 depots.

NS 4617 depot Nijmegen 1952

NS 4617 in depot Nijmegen 1952

De ondergang van de stoomloc ging nu wel heel erg snel. Als eerste depot zou Nijmegen aan het begin van de zomerdienst 1957 worden opgeheven. Vanuit Nijmegen reden de stoomlocs in alle richtingen.

De laatste stoomgoederentrein naar Winterswijk werd gereden door een Nijmeegse stoomloc. Ook in Zwolle verschenen de Nijmeegse stoomlocs, eenmaal met een grindtrein naar Zwolle rangeerstation en in de postgoederendienst naar Hoofdstation Zwolle.

Depot Nijmegen was ook nog actief met het rijden van militairentreinen. Plaatsen als Ede, Bergen op Zoom, Roermond en Eindhoven werden vanuit Nijmegen aangedaan. Met name tussen Roosendaal en Arnhem was er druk militair vervoer met stoom.

Aan het begin van 1957 werd ook nog een 8700 in de rangeerdienst gebruikt. De overgebleven machines werden willekeurig gebruikt met dien verstand dat er over de lange afstanden geen tenderlocomotieven werden gebruikt en men b.v. geen 4300 in de reizigersdienst liet lopen.

NS 8707 depot Feijenoord

NS 8707 in depot Feijenoord

Vanaf 2 juni 1957 was dit alles over en uit. Van het restant 3700-en werd een deel afgevoerd en een enkele loc werd overgeplaatst naar depot Feijenoord.

De stoomlocomotieven van depot Feijenoord liepen in 1957 uitsluitend in de goederendienst. Op nagenoeg alle lijnen in en om Rotterdam waren Feijenoordse machines te vinden.

Vooral 4300-en zag men er veel. Feijenoord was ook het laatste toevluchtsoord voor de serie 1700. Hoewel men zich afvraagt wat deze lichte machines met hun 2.15 m grote drijfwielen in de goederendienst deden.

Kolentrein Zuid LimburgIn Zuid-Limburg werd op depot Heerlen nog volop gestoomd, maar ook de Heerlense stoomlocs reden alleen in de goederendienst.

Men trof hier hoofdzakelijk 4700-en aan (Zweedse goederen loc).

Deze voldeden in de goederendienst zeker zo goed als de diesel 2200-en.

Uiteraard reden deze machines hoofdzakelijk kolentreinen op de lijn Haanrade – Heerlen – Susteren/Born. Tussen Haanrade en Schaesberg kregen de treinen vanwege de helling bij Eygelshoven een opdruk loc.

Het was een machtig spektakel zo’n zwaar beladen kolentrein tussen Eygelshoven en Schaesberg de helling op te zien (en horen!) rijden: voorop hijgen en blazend de treinloc en achteraan zwart rokend en met bulderende exhaust slagen de opdruk 4700.

Dat was stoom in optima forma.

Depot Nijmegen

Depot Nijmegen met terzijde gestelde locs

Toen het einde van depot Heerlen in zicht kwam stuurde men steeds meer machines door naar Maastricht. Dit depot dat de machines uit Heerlen onderhield, zocht steeds de beste machines uit en stelde de rest terzijde. Op 18 november 1957 ging het depot Heerlen dicht.

In het zuidwesten van Nederland liepen behalve Feijenoordse stoomlocs ook locomotieven uit depot Roosendaal. In de goederendienst kwamen Roosendaalse stoomlocomotieven o.a. in Vlissingen, Essen, Rotterdam, ’s- Hertogenbosch en Boxtel.

Postgoederentreinen reden met Roosendaalse locs tot Nijmegen. In het weekend kwamen er militairentreinen bij, vooral op het baanvak Bergen op Zoom-Nijmegen.

Toen depot Nijmegen werd gesloten reden er nog steeds militairentreinen getrokken door Roosendaalse stoomlocs.

Tot en met mei 1957 reden zulke treinen ook naar Utrecht als ledig materieel heen en beladen terug.

Omdat een stoomloc in Utrecht niet meer welkom was (geen voorzieningen meer) moest onderweg in Geldermalsen worden afgekoppeld om te draaien en de voorraden aan te vullen.

Na oponthoud reed de trein verder, waarbij de loc achteruitliep om zodoende de terugreis weer vooruit te kunnen maken.

Ondanks het feit dat er steeds meer diesellocs op de baan verschenen, wisten de Roosendaalse machines, na 29 september 1957 met nog enkele Feijenoordse machines aangevuld, zich nog lang te handhaven.

NS 3780 Feijenoordse machine (collectie Rinus Thijsse (†)

NS 3780 Feijenoordse machine (collectie Rinus Thijsse (†)

Men moest er zelfs toe overgaan bij de serie 3700 tenderwisselingen toe te passen. Ging een 3700 met grote tender met pensioen dan koppelde men de tender van deze afgevoerde loc met een nog bruikbare 3700, die een kleine tender had.

Dit was nodig omdat de Roosendaalse machines in hun nadagen tot Vlissingen, Feijenoord, Nijmegen en Boxtel kwamen.

Op 9 december 1957 kwam voor depot Roosendaal het einde van de stoomtractie. Bijna alle locomotieven werden naar de sloper verwezen, al zouden een paar locs pas in 1958 officieel ter zijde worden gesteld.

Loc 6108 ging als enige loc naar een ander depot; in Maastricht was deze loc nog enkele weken welkom.

Met de glorietijd van de 3700 was het echter afgelopen. Deze serie had als geen andere haar stempel op het stoomgebeuren bij de NS gedrukt.

Ook met de 3900-en was het gebeurd; alleen de 3922 maakte het einde mee. De 4300-en, die eens door het hele land konden worden aangetroffen, moesten nu het tijdige met het eeuwige verwisselen. Slechts loc 3737 zou nog een keer van zich laten horen.

NS 6303 in ViséMaastricht was het laatste depot dat de eer had NS stoomlocomotieven in de normale dienst te laten rijden. Maastricht liet als laatste depot nog stoomlocomotieven in de reizigersdienst lopen.

Aanvankelijk deelden de series 6100 en 6300 dit werk, vanaf de zomerdienst verzorgde uitsluitend de serie 6300 de stoomtractie voor de personentreinen.

NS 6303 in Visé

Deze treinen liepen tussen Maastricht en Visé. De stoptreinen die hier met stoom werden gereden waren voor een 6300 een aanfluiting: er liepen als regel slechts 2 rijtuigen achter de loc.

In december 1957 viel de laatste 6300, loc 6301 uit en werd vervangen door een 4700. Zodoende waren de 4731 en 4734 de allerlaatste stoomlocs die nog bij de NS dienst hebben gedaan.

Hoewel depot Maastricht formeel pas op 6 januari 1958 werd gesloten heeft het depot in dat jaar geen stoomlocs meer laten rijden.

NS 4731 in Maastricht

NS 4731 in Maastricht

Eind 1957 was het bestand stoomlocs afgenomen met 107 stuks en gedaald tot 11 stuks. Dit waren: 3723, 3737, 3804, 4310, 4334, 4388, 4402, 4731, 4734, 6102 en 6108.

Zij waren al voorlopig voor de sloop aangewezen en werden op 27 februari 1958 definitief afgevoerd.

NS 3737Laatste rit 3737Op dinsdag 7 januari 1958 reed
’s middags een extra stoomtrein voor genodigden getrokken door de 3737 uit Roosendaal, met als eindbestemming Utrecht Maliebaan/Spoorwegmuseum.

Het zou een echte ondergangs rit worden, de NS waardig. Wegens stremming kon de trein niet zoals voorzien vanuit ’s Hertogenbosch vertrekken, maar moest zijn reis in Geldermalsen beginnen.

Het weer was voor deze droeve gebeurtenis geheel in stijl: sombere regenwolken en een gure wind maakten er een echte afscheidsrit van. (gelukkig geen blaadjes op rails).

Na de plechtige gebeurtenis werd de 3737 teruggebracht naar Roosendaal om klaargemaakt te worden voor een permanent verblijf in het spoorwegmuseum.

Wat is er overgebleven? Op een paar plaatsen kwam af en toe nog wel eens een stoomloc in actie.

In Maastricht was tijdens de sneeuwperiode begin 1958 loc 6102 in bedrijf. De loc moest met hete stoom de sneeuw tussen de wissels wegspuiten en de bovenleiding van ijzel ontdoen (ja ja, toen wist men nog hoe dat moest).

Als plaatsvervanger voor een defecte locomotor deed de loc zelfs nog vervangende arbeid in de rangeerdienst en eind februari moest zij uitrukken met de ongevallentrein naar het goederenemplacement noord om assistentie te verlenen.

NS 6305Er waren ook nog enige locs in gebruik als verwarmingslocs of als walsloc.

Loc 6305 (zie foto links) ontsprong als zodanig nog enige tijd de dans.

De machine was als walsloc niet meer onder stoom.

De ketel werd vol water gepompt om de machine zo zwaar mogelijk te maken en werd m.b.v. een diesel loc heen en weer gereden.
 

In 1962 had men de 6305 niet meer nodig en werd deze ook afgevoerd.

Met het verdwijnen van de stoomloc werden ook alle andere overblijfselen uit het stoomtijdperk, voor zover daar geen andere bestemming aan kon worden gegeven, afgebroken.

Op de plaatsen waar nog buitenlandse stoomlocs te gast waren (Arnhem), bleef de draaischijf liggen. Op alle andere plaatsen werden deze afgebroken.

Praktisch alle herinneringen aan de stoomtijd zijn verdwenen. De enige tastbare herinneringen staan in het spoorwegmuseum.

NS 1794 27 maart 1958 Arnhem,de laatste?

NS 1794 27 maart 1958 Arnhem, de laatste?

Met alle respect voor de dingen die bewaard zijn gebleven, het is te betreuren dat er heel veel, te veel, verloren is gegaan.

Van markante loc series zoals de 1700, 3600(zeppelin), 3900 en Zweden 4000 en 4700 niets is er van over. Voor de NS was stoom een vies woord en men wou er zo weinig mogelijk aan herinnerd worden.

Dat is nu eenmaal de prijs van de vooruitgang. Vandaaruit bekeken mogen we nog blij zijn met hetgeen er nog wel is.

Het stoombedrijf was smerig, arbeidsintensief en zwaar. Het werk op de locomotief was met name voor de leerling (stoker) zwaar en omdat er weinig promotiekansen waren stond een leerling soms 15 jaar of langer aan de schop.

Door het staren in het vuur gingen de ogen achteruit en was de kans machinist te worden helemaal verkeken. Van hieruit bekeken is het dan ook wel enigszins te begrijpen dat men het stoomtijdperk zo snel mogelijk wilde vergeten.

Het zou heel mooi zijn als onze grande oude dame de NS 3737 weer in rijvaardige staat zou zijn, maar helaas zullen dit wel zoete dromen blijven.

Stoomtractie!

Stoomtractie!

Bronnen: Ed Cornelissen, MD Drachten, Boek: Stoomtractie bij de Nederlandse Spoorwegen 1944-1958, auteur H. van Poll, Nico Spilt (Langs de Rail), NVBS, Feijenoordse Meesters, Wikipedia.