Winterswijk

Aan het woord Willem Strabbing van de MCNN uit Drachten.

Tijdens de jaarlijkse reünie van onze “Pensioen In Zicht” groep waren we te gast in Winterswijk. Daar werden we rondgereden in een uit 1923 daterende T-Ford bus van de GTW en bezochten we de huidige en de nieuwe locatie van Transit Oost.

De Gelderse Tramwegen (GTW) was een Nederlandse tramweg- en autobusmaatschappij, die tussen 1934 en 1957 een aantal tramlijnen exploiteerde waarmee de Gelderse Achterhoek werd ontsloten. Het bedrijf was gevestigd te Doetinchem.

Er was een aantal wettelijke bepalingen waar een “echte” spoorlijn wél aan moest voldoen en een tramlijn niet, waardoor de laatste goedkoper aan te leggen en te exploiteren was. Van 1934 tot 1977 exploiteerde de GTW (ook) met bussen het streekvervoer in de Achterhoek en de oostelijke Betuwe.

EEN STUKJE GESCHIEDENIS.

De maatschappij kwam voort uit de in 1881 opgerichte Geldersche Stoomtramweg Maatschappij (GSTM). Deze maatschappij reed aanvankelijk alleen op de lijn Arnhem – Dieren -Doetinchem – Terborg – Anholt en Isselburg (Duitsland).

In de loop der tijd was de exploitatie van de andere stoomtramlijnen in de Achterhoek (van de ZE, GWTM, TMDG en GOSM) en de Betuwe (BSM) ook bij de GSTM terechtgekomen, omdat deze andere stoomtrammaatschappijen het hoofd niet meer zelfstandig boven water konden houden.

Één van de overgenomen maatschappijen was de in 1907 opgerichte Tramweg-Maatschappij Zutphen-Emmerik. De ZE verbond onder andere de steden Zutphen, Dieren, Doesburg, Doetinchem en Emmerik (vanaf 1926 ook Deventer; vanaf het station op het Pothoofd).

In 1934 werd de naam gewijzigd in Gelderse Tramwegen (GTW) en in 1971 moest het bedrijf gesplitst worden in drie bv’s: GTW Expeditie en Transport, GTW Reizen en GTW Streekvervoer, omdat de rijksoverheid, die het openbaar vervoer subsidieerde, deze voorwaarde stelde.

In 1977 werd GTW Streekvervoer verkocht aan de Nederlandse Spoorwegen, die het de naam Gelderse Streekvervoer Maatschappij (GSM) gaf. De andere GTW-onderdelen gingen zelfstandig verder.

In 1993 fuseerde GSM met het Gemeente Vervoerbedrijf Arnhem (GVA) tot de Gelderse Vervoer Maatschappij (GVM). De GVM ging in 1997 op in het bedrijf Oostnet.

In 1999 is dén Geldersen of dén Tram onderdeel van Syntus geworden, dat tot 2010 met light train materieel een aantal spoorlijnen onderhield, waaronder Arnhem – Winterswijk en Zutphen – Winterswijk, in combinatie met het streekvervoer.

In december 2010 heeft Arriva het vervoer in de Achterhoek overgenomen.

Stichting HSA

De Stichting HSA (Historisch Streekvervoer Achterhoek) is opgericht in 2002 door enkele medewerkers van Syntus en een aantal andere vrijwilligers, met als doel om enkele voertuigen die beeldbepalend zijn geweest voor het openbaar vervoer in de Achterhoek door middel van aanschaffing, restauratie en goed onderhoud te laten rijden en te bewaren voor de toekomst.

Het openbaarvervoerbedrijf Syntus heeft de oprichting destijds erg ondersteund. Het complete foto archief van de voormalige GTW, GSM, GVM, Oostnet en Syntus, een dieseltreinstel van het type “Blauwe Engel”, een T-Ford bus uit 1923 (GTW) en een streekbus uit 1979 (GSM) zijn door Syntus geschonken aan de stichting HSA.

In de loop der jaren is het wagenpark nog verder uitgebreid.

MOBIEL ERFGOED

Binnen Transit Oost zijn meerdere historische voertuigen ondergebracht die actief waren in Oost-Nederland. De collectie mobiel erfgoed geeft een goed beeld hoe het openbaar vervoer op de weg zich heeft ontwikkeld.

Van de eerste T-Ford bus uit 1923 tot de laatste GSM bus die nog tot eind jaren ’90 in dienst was.

Ook beschikt men over een Bedford vrachtwagen.

Naast een ruime collectie GTW (Geldersche Tramwegen) en GSM (Gelderse Streekvervoer Maatschappij) bussen is het dieseltreinstel DE2, ook wel bekend als “Blauwe Engel”, in beheer bij Transit Oost.

Deze treinen werden in de jaren ’50 door de Nederlandse Spoorwegen in dienst genomen en hebben tot in de

jaren ’90 gereden in de Achterhoek.
De “Blauwe Engel” is dan ook een waar icoon.

Tijdens de openstellingsdagen van het huidige museumgebouw, de voormalige busremise, zijn de bussen en het treinstel te bezichtigen gedurende de rondleiding door de werkplaats.

De bussen worden regelmatig ingezet voor rondritten.
Daardoor kan het voorkomen dat op openstellingsdagen niet alle bussen aanwezig zijn.

Stichting HSA verder onder de naam Stichting Transit Oost

Alles onder één dak: Stichting HSA (Historisch Streekvervoer Achterhoek) heeft haar bezittingen samen met de vereniging het GOLS-station beschikbaar gesteld aan Stichting Transit Oost.

Een logische keus, want het dieseltreinstel en de bussen hebben sinds de oprichting geen goede stalling gehad. Door die samenwerking is de Stichting Transit Oost opgericht.

Deze Stichting heeft als doel onderdak te bieden aan beide collecties in het openbaar vervoer museum annex werkplaats in Winterswijk. Beter bekend als de museumwerk-plaats.

Zo blijven beide collecties behouden voor de toekomst. Dieseltreinstel DE2 “Blauwe Engel” staat binnen.

Deze mijlpaal werd eindelijk bereikt op 30 juni 2016. Na ruim 14 jaar in weer en wind te hebben gestaan kan het treinstel van de stichting naar binnen. Door de inzet van vrijwilligers, de bijdrage van vele particulieren en de bereidwilligheid van bedrijven is het stichting Transit Oost gelukt.

Nu de Blauwe Engel onder dak staat heeft de stichting één van zijn doelen weten te behalen. De volgende stap is realiseren van het museumgedeelte.

Het nieuwe museum in Winterswijk heeft in het voorjaar van 2017 haar deuren geopend voor het publiek.

Voormalig busstation

Het voormalige busstation in Winterswijk is de locatie van het huidige museum.

De spoorwegmaquette van Winterswijk, waarop het spoorwegemplacement van station Winterswijk anno 1925 exact op schaal is nagebouwd, werd in 2014 verhuisd van het voormalige GOLS-station naar het busstation en weer volledig opgebouwd.

De grote maquette van 14 bij 3,5 meter geeft een realistisch beeld van het leven rondom het spoor in 1920-’30 van de vorige eeuw. Bezoekers ontdekken zo welke invloeden de textielindustrie en het kolenvervoer vanuit Duitsland hadden op Oost-Nederland.

Naast het emplacement van Winterswijk zijn station Neede, halte Lintelo, spoorweg kruispunt Morgenzonweg Winterswijk en station Miste in schaal nagebouwd.

Toekomst modelbaan

Deze geschiedenis wordt wekelijks verteld en overgedragen aan vele geïnteresseerden. Sinds de verhuizing vanuit het voormalige GOLS-station in 2014 is de modelbaan noodgedwongen aan stukken gezaagd en is het niet meer mogelijk modeltreinen te laten rijden.

Modelbaan van station Neede

Deze modelbaan is nieuw in het museum. De spoorlijn Winterswijk – Neede werd op 15 oktober 1884 geopend en is aangelegd door de G.O.L.S (Geldersch-Overijsselsche Lokaalspoorweg Maatschappij).

Deze is opgericht door de Winterswijkse textielfabrikant Jan Willink, ook wel bekend als “Spoor Jan”.

Station Neede was destijds een knooppunt met verbindingen naar Winterswijk, Doetinchem, Hellendoorn en Enschede.

De komst van deze spoorverbinding had grote invloed op de regio en zorgde voor de nodige welvaart. Mede hierom hebben de modelbouwers besloten om een schaalmodel te bouwen van station Neede, die het leven rondom het spoor anno 1925 uitbeeldt.

Nieuwbouw

Bezoekers van het museum krijgen tijdens de openstellingsdagen de mogelijkheid het nieuwe museumgebouw te bewonderen.

Vrijwilligers nemen je mee over het bouwterrein en je krijgt zo de mogelijkheid de vorderingen te bekijken. Juni 2016 is het gebouw opgeleverd door de aannemer en nu wordt er gewerkt aan de inrichting van de werkplaats. Later dit jaar zal gestart worden met het museumgedeelte.

Geschiedenis Winterswijk

Ruim 35 jaar geleden zijn enkele gedreven hobbyisten begonnen met het exact op schaal nabouwen van station Winterswijk. In 1925 bezat Winterswijk een van de grootste spoorwegemplacementen van Nederland.

Het vele kolenvervoer vanuit het Ruhrgebied naar het westen van Nederland, de textielindustrie in de Achterhoek en Twente en het houttransport vanaf de houtlanding in Winterswijk voor het stutten van de mijnen in het Ruhrgebied, dit alles zorgde ervoor dat het emplacement van strategisch belang was voor Nederland.

Inrichting nieuwe museumgebouw

In samenwerking met Compass Point is er een inrichtingsplan opgesteld voor het museum. Het museumgedeelte is ca. 324 m2 groot.

Dat lijkt veel maar dat is slechts een beperkte ruimte waarin veel geschiedenis een plek zal moeten krijgen.

Transit Oost is in beginsel niet alleen een statisch museum maar beschikt ook over mobiel erfgoed (o.a. bussen, treinen).

Maar is ook een werkplaats waar aan het materieel kan worden gewerkt en gerestaureerd, maar waar ook (moderne) treinen kunnen worden gereviseerd.

Dit maakt het tot een dynamische geheel. “Wij vinden het belangrijk die dynamiek aan het publiek over te brengen omdat dit het meer maakt dan alleen een statisch museum met historische voorwerpen”.

Treinstel Blauwe Engel

De Blauwe Engel was in de jaren ’60 tot ’80 van de vorige eeuw het gezicht van de Nederlandse Spoorwegen in Oost-Nederland. De in een blauwe kleurstelling afgeleverde treinen kregen vanwege het markante gevleugelde symbool van fabrikant Allan al snel de bijnaam “Blauwe Engel”.

Nadat ze in de loop der jaren allemaal een rood uiterlijk met een gele tien-harige snor op de kop krijgen, voert de NS de meeste tussen 1981 en 1985 af.

25 treinstellen type DE-2 ondergaan in de periode 1971-1981 een grondige revisie/modernisering en doen in NS-geel dienst tot 1997. Treinstel 186 rijdt zelfs tot 2001.

Artikel uit 2016 van Willem Strabbing van de MCNN uit Drachten, overgenomen uit het Peilglas.

Met dank aan Willem Strabbing.