Mat ’54 Hondekop

Intro

Ik heb de Hondekop altijd een mooie trein gevonden. Tenminste, toen hij nog groen was. Zo heb ik hem in mijn jonge jaren gekend en er veel mee gereisd. Toen hij later geel werd, was het voor mij geen Hondekop meer, maar gewoon een lelijke gele trein. Aldus de schrijver van dit verhaal, Bram van der Werf, MD Drachten

Er zat ook een restauratieafdeling in. Dan kwam er iemand langs met een karretje met koffie, broodjes en frisdranken. Die broodjes waren altijd heerlijk.

Eens bestelde een man een broodje ham en een broodje kaas, maar dan zonder ham en zonder kaas. Waarop de man van het karretje zei: Sorry meneer, maar de broodjes ham zijn op. Mogen het ook twee broodjes kaas zonder kaas zijn? Aldus geschiedde.

Ik zat altijd het liefst in de coupé achter de cabine.

Dan zat je boven het draaistel en kon je de cadans goed horen.

Op een keer, toen ik daar ook zat, kwam in Zwolle de machinist uit de cabine en vroeg of er iemand zin had om mee te rijden bij hem voor in.

Dat liet ik mij natuurlijk geen twee keer zeggen.

Ik heb toen van Zwolle tot Amersfoort een cabinerit gemaakt over de Veluwe. De machinist demonstreerde de werking van, toen nog, de ATB. Hij liet de trein sneller rijden dan de toegestane 140 km/uur. De ATB greep dan in en remde de trein af tot die weer 140 km/uur reed.

Zoals je ziet, heb ik wel wat met de Hondekop. Toen Artitec dit voorjaar een vierdelig uitbracht, was mijn beslissing snel genomen. Een groene natuurlijk, zonder reclamebanen en vignet.

Geschiedenis

Begin jaren vijftig (van de vorige eeuw) begonnen de Blokkendozen (Mat ’24) op leeftijd te raken. Er moest een opvolger komen. Ook de uitbreiding van de elektrificatie naar het noorden en oosten van het land zorgde er voor dat er meer behoefte ontstond aan nieuw elektrisch materieel.

Daarom bestelde de NS in 1954 nieuwe elektrische treinstellen, naar het jaar van de bestelling Mat ’54 genoemd. In de periode 1956 – 1962 werden in totaal 73 vierdelige treinstellen (Plan F, G, P) en 68 tweedelige treinstellen (Plan F, G, M en Q) afgeleverd.

Het zijn forse treinstellen met een afwijkende kopvorm ten opzichte van het al bestaande stroomlijnmaterieel.

De neus biedt de machinist meer comfort door een hogere zit. In eerste instantie was de cabine voorzien van een houten klapzitting, maar later werd die vervangen door een comfortabele stoel. De lange neus biedt een betere bescherming bij een frontale aanrijding. Die neus bezorgde Mat ’54 al gauw de bijnaam Hondekop.

Het materieel werd in vijf bestellingen besteld en verdeeld in vijf deelseries, die door Allan, Beijnes en Werkspoor zijn gebouwd.

De elektrische installatie werd hierbij steeds geleverd door Heemaf.

De Hondekoppen waren bedoeld voor de sneltreindiensten. Snelle acceleratie was minder belangrijk dan het comfort. Door een degelijke constructie leidde het tot een relatief hoog gewicht per zitplaats.

Een voordeel was dat je een zeer comfortabele loop kreeg. Het zijn tot op heden de zwaarste treinstellen die dienst hebben gedaan bij de Nederlandse Spoorwegen.

De tweedelige treinstellen zijn bij aflevering 45,4 meter lang en hebben een gewicht van 110 ton. Het treinstel is voorzien van 4 tractiemotoren van Heemaf, type TM 713. Elke motor levert een maximum vermogen van 199 kW (270 pk).

De vierdelige treinstellen 711 – 757 zijn bij aflevering 99,26 meter lang en hebben een gewicht van 212 ton. De vierdelige treinstellen 761 – 786 zijn bij aflevering 99,26 meter lang en hebben een gewicht van 206 ton. De treinstellen zijn voorzien van 8 tractiemotoren van Heemaf, type TM 713. Elke motor levert een maximum vermogen van 199 kW (270 pk).

Normaal gesproken werd de stroomafnemer boven de cabine gebruikt. De stroomafnemer boven de bakovergang werd gebruikt als reserve. Om te voorkomen dat er een te hoge stroom door het treinstel komt te lopen, is op het dak van de treinstellen 711 – 741 een smeltveiligheid van 1.000 Ampère geplaatst. Deze zijn te herkennen aan de vonkhoorns op het dak. Deze moesten bij doorslaan van de smeltveiligheid de vonk naar boven wegleiden van het dak en deze uitdoven. Vandaar de V-vorm.

Het interieur van de treinstellen is afgeleid van het interieur dat is gebruikt in de treinstellen Materieel ’46.

In het interieur is voor het eerst gebruik gemaakt van TL verlichting.

In de bagage afdeling en conducteursruimte zitten nog gloeilampen.

Het oudere materieel was in zijn geheel afgeleverd met gloeilampen.

In 1957 werd de spoorlijn Antwerpen – Roosendaal geëlektrificeerd. Voor de Benelux dienst tussen Amsterdam en Brussel zijn in dat jaar 12 tweewagen-treinstellen aangeschaft (Mat ’57).

Afgezien van de kleur (donkerblauw met een brede gele band) waren ze uiterlijk grotendeelsgelijk aan de overige Hondekoppen. Technisch weken ze sterk af.

De tractie-installatie was van Belgisch fabricaat: ACEC te Charleroi in samenwerking met SEM te Gent. Door een andere wijze van schakeling van de tractiemotoren konden ze zowel op het Nederlandse net (1500 volt) als het Belgische net (3000 volt) rijden. Voor beide spanningen waren aparte pantografen aangebracht omdat de bovenleiding in België lichter uitgevoerd is.

Inzet

De treinstellen zijn gebouwd voor de langeafstandsverbindingen. In de loop van de jaren vijftig werden naast de Randstad, ook de andere grote steden in Nederland met elektrische treinen bereikbaar.

Het materieel ’54 werd dan ook ingezet in de verbindingen naar alle uiteinden van het land. Zo behoorden onder andere de Noordoostverbindingen tussen de Randstad en Groningen, Leeuwarden en Enschede en de verbinding tussen Amsterdam en Vlissingen jarenlang tot het vaste inzetgebied van de treinstellen.

Bij het invoeren van het nieuwe dienstregeling concept Spoorslag ’70 werd het materieel ’54 aangewezen om een belangrijk deel van de intercitydiensten te rijden.

Hiervoor werd een groot aantal vierwagenstellen voorzien van een nieuw interieur en een nieuwe geelblauwe beschildering.

In de praktijk werd echter bij de inzet van het materieel geen onderscheid gemaakt tussen de intercitytreinstellen en de niet verbouwde treinstellen. Het materieel ’54 bleef op de genoemde lijnen rijden, maar werd ook ingezet in de intercitydiensten Amsterdam – Nijmegen en Zwolle – Vlissingen.

Tot halverwege de jaren tachtig had het materieel ’54 vrijwel alleenheerschappij op de genoemde verbindingen.

Met de komst van de ICM treinstellen kwam hier echter een einde aan. Allereerst verdween het materieel ’54 uit de Noordoostverbindingen.

De intercity dienst tussen Hoofddorp en Groningen en Leeuwarden was hierbij de eerste verbinding, gevolgd door de diensten tussen Den Haag en Rotterdam en Enschede.

Als laatste verdween het materieel ’54 in 1994 uit de intercity dienst tussen Hoofddorp en Enschede. Dat jaar verdween het materieel ook uit de intercity diensten Amsterdam – Vlissingen en een jaar later verdwenen ze ook tussen Den Haag en Venlo.

De treinstellen bleven tot het laatst rijden tussen Zwolle en Roosendaal.

Buitendienststelling

Vanaf 1989 werden de treinstellen buiten dienst gesteld. Deze buitendienststellingen zijn over zeven jaren uitgespreid. In 1993 gingen de laatste met asbest geïsoleerde treinstellen (Plan F, G en M) buiten dienst.

De jaren daarna volgden de met glaswol geïsoleerde treinstellen. De laatste officiële rit van een Hondekop in de reizigersdienst vond plaats in januari 1996.

Bewaard

Er zijn twee volledige treinstellen als officieel museummaterieel bewaard gebleven.

Tweewagenstel 386 is opgenomen in de collectie van het Spoorwegmuseum te Utrecht.

Het treinstel werd vanaf juni 2009 ingezet als Heimwee Express tussen het Spoorwegmuseum en Hilversum. Deze treindienst werd elk laatste weekend van de maand uitgevoerd met rijvaardig materieel van het museum.

Vierwagenstel 766 is eigendom van de Stichting Mat ’54 Hondekop-Vier. Het treinstel onderging vanaf medio 2011 uitgebreid onderhoud aan het casco. Daarbij werd bak voor bak alle lak, grondverf en plamuur met een straalinstallatie verwijderd. Vanaf het blanke staal werd de laklaag dan weer opgebouwd. Het stel werd in de oorspronkelijke groene kleur teruggebracht maar het later aangebrachte coachinterieur bleef vooralsnog gehandhaafd.

Toen alle bakken van het treinstel waren behandeld, verscheen het weer met regelmaat op de baan. Het was toen weer beschikbaar voor speciale ritten voor donateurs en daarnaast ook inzetbaar voor bijzondere ritten voor particulieren en bedrijven. In juni 2016 waren de onderhoudswerkzaamheden gereed en kon het treinstel weer ritten gaan maken.

Het treinstel is als rijdend industrieel erfgoed ingeschreven in het Register Railmonumenten met een A-status, wat betekent dat het wordt beschouwd als een unieke vertegenwoordiger van een voor Nederland representatief type railvoertuigen.

Na enkele jaren in de oorspronkelijke groene kleur te hebben gereden, werd het treinstel 766 in 2007 weer geel. Dit had te maken met de rol die het treinstel speelde in twee films over de treinkapingen in Wijster en De Punt die in 2007 (film ‘Wijster’) en 2008 (film ‘De Punt’) zijn opgenomen. Het treinstel is hierbij vooral voor de buitenopnames gebruikt.

Voor de binnenopnames is gebruikgemaakt van treinstel 386. Naast de twee genoemde treinstellen stond het tweewagenstel 375 in het Verkeerspark Assen. Het verkeerspark heeft het stel in 2013 verkocht; mogelijk dat het een derde leven tegemoet gaat als B&B-locatie in het noorden van het land.

Ook de kop van de ABk 382 is bewaard gebleven, deze staat bij een particulier in het kleine Spoorwegmuseum Waterhuizen, nabij Groningen. (dit museum is helaas momenteel gesloten. Info over dit museum vindt u hier!)

Modellen

Uiteraard zijn er modellen uitgebracht van de Hondekop: Trix Express bracht in 1962 en 1963 al tweetjes in verschillende uitvoeringen uit.

Lima kwam in 1976, 1977, 1989 en 1995 met verschillende viertjes.
Piko heeft in de jaren 2006 t/m 2013 wel 29 varianten van het tweetje uitgebracht.

Philotrain volgde in 2010 met 10 verschillende uitvoeringen van het tweetje.
Artitec tenslotte bracht in 2018 een 9-tal varianten uit van het viertje.
Zie voor een uitvoerig overzicht Rail Magazine 353, april 2018.

Tot slot

Zoals eerder vermeld waren de Hondekoppen bedoeld voor de lange afstanden.

Er vertrok elk uur een viertje uit Leeuwarden richting Zwolle en ook één uit Groningen. In Zwolle werden ze gekoppeld en reden dan over de Veluwe verder het land in naar Amsterdam en Rotterdam.
Deze situatie speel ik nu thuis na op mijn baan. Met twee gekoppelde Hondekop vierwagenstellen knor ik nu over de denkbeeldige Veluwe. Een kuub zand laten komen en daar 120.000 boompjes in planten, ging mij wat te ver. Acht bakken, dan komt er wat voorbij. Prachtig! Daar kan ik niet genoeg van krijgen.

Bronnen: Bram van der Werf, MD Drachten.

Wikipedia
Railwiki
Stichting Hondekop
Rail Magazine 353, april 2018
Wisselkoerier MD Drachten.